Reus, Elsa

ESR5 Elsa Reus

Researcher
University of Münster
Vlagen van pijn en knie-instabiliteit zijn de belangrijkste symptomen van knie artrose (OA). Zij dragen sterk bij aan de fysieke beperkingen bij patiënten met knie-artrose. ‘Soft bracing’ werd geclaimd als een optie in het behandelen van knie OA, aangezien patiënten melden dat soft braces hun pijn verminderen en de stabiliteit van de knie verbeteren. Toch is het bewijs in de literatuur omtrent soft braces schaars. Bovendien is er een gebrek aan informatie waarom ze daadwerkelijk in knieartrose zouden kunnen werken. Dus de hoofddoelstellingen van het project zijn als volgt: (i) het effect van een softbrace op knie stabiliteit en fysieke beperkingen te beoordelen, (ii) het verschil in effect van twee knie softbraces (dwz niet-strak en stevig) te beoordelen ( iii) de onderliggende mechanismen van het therapeutische effect van een softbrace vast te stellen en (iv) het effect van een softbrace bij patiënten met knie artrose te beoordelen, na twee weken draagtijd. Patiënt-gerelateerde en klinische kenmerken worden beoordeeld, waaronder: zelf-gerapporteerde pijn en fysiek functioneren, pijn druk drempel, gevoeligheid van de huid, spierkracht, radiografische ernst van de knie artrose en activiteits-oefeningen. Tenslotte worden de lichaamshouding en het looppatroon (dat wil zeggen de knie stabiliteit tijdens lopen) beoordeeld in het virtual reality laboratorium van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. In totaal zijn er 40 patiënten beoordeeld.

De primaire doelstellingen van de behandeling van artrose van de knie zijn om de pijn te verlichten en de mobiliteit te verbeteren. Eerdere studies hebben een verbetering van deze symptomen laten zien door de knie belasting te verminderen, en dat zal onze focus zijn. In onze studie zullen we verschillende orthopedische hulpmiddelen gebruiken, die de belasting verminderen aan de kant van de knie die getroffen is door artrose.

In eerste instantie zal de patiënt gevraagd worden naar het laboratorium te komen voor een looppatroonanalyse, terwijl hij/zij schoenen met een wig, een kniebrace en een nieuwe enkel-voet orthese draagt. Tijdens het eerste bezoek zullen we de directe biomechanische effecten van de verschillende behandelingen vergelijken.

Na de eerste looppatroonanalyse geven we de patiënten een enkel-voet orthese en vragen we hen om deze 6 weken te dragen. Na deze periode zullen ze worden gevraagd om nogmaals naar het laboratorium te komen waar de metingen zullen worden herhaald, om het middellange termijn effect van de interventie te onderzoeken. We zullen de biomechanische effecten tijdens de eerste en zesde week vergelijken. Dit zal waardevolle informatie verschaffen over de directe biomechanische effecten van de verschillende behandelingen, net als de ervaring en de tevredenheid van de patiënt met de nieuwe orthese.